Voer het wachtwoord in

Aanleren zit en blijf

In deze oefening leert je hond om te gaan zitten en te blijven zitten tot jij iets anders zegt. Dat is handig in veel situaties, zoals bij de auto, op straat of wanneer je iemand tegenkomt.

Start pas met de verlengde zit wanneer je hond het commando ‘zit’ goed beheerst. Oefen eerst in een rustige omgeving zoals thuis. Gaat dat goed, oefen dan met wat meer afleiding erbij, zoals spelende kinderen of verkeer. Neem in zulke gevallen wat extra lekkere voertjes mee.

Houd het kort: een paar minuten per keer is genoeg. Meerdere korte sessies per dag zijn effectiever dan één lange. Bouw het rustig op, zonder haast.

Zodra je hond goed begrijpt wat de bedoeling is, hoef je niet meer apart te oefenen. Je gaat het commando dan gewoon gebruiken in alledaagse situaties, zoals bij het uitlaten of in en uit de auto stappen.

Stap 1 Stap 1
Stap 2 Stap 2
Dogs4suc6 - stap 1

Ga recht voor je hond staan en geef het commando ‘zit’. Zodra hij gaat zitten, wacht je één seconde. Zit hij nog steeds, dan markeer je en geef je een beloning.

Stel het markeren daarna telkens een fractie van een seconde uit, maar blijf wel steeds het commando ‘zit’ gebruiken. Bouw het op tot je hond vier seconden blijft zitten voor je markeert. Wanneer dit lukt kun je dit gedrag gaan benoemen met het ‘blijf’ commando, je volgt dezelfde handelingen als net en wanneer je hond netjes een seconde of vier wacht zeg je ‘blijf’ en markeer je. Het is handig om hierbij ook gelijk een handgebaar te koppelen aan het gedrag en het commando, meestal is een opgehouden hand (als een stop teken) een duidelijk signaal voor je hond.

Het kan leuk voor je hond zijn om tussendoor na het markeren de beloning een stukje weg te rollen. Zo houd je een beetje beweging in een statische oefening.

Dogs4suc6 - stap 2

Na het aanleren van de verlengde zit is het tijd om een volgende stap te nemen. Je begint weer door recht voor je hond te gaan staan en een zit te vragen. Zodra je hond netjes zit, geef je het commando ‘blijf’, liefst in combinatie met een rustig en duidelijk handsignaal. Geef je hond een tel de tijd om te verwerken wat je net hebt gevraagd. Daarna beweeg je rustig één been opzij en zet je het vervolgens weer terug naast je andere been.

Zit je hond nog steeds netjes? Dan markeer je dat moment en geef je een beloning. Herhaal dit met beide benen, zodat je hond leert dat jouw beweging geen teken is om op te staan. Gaat dit goed, dan kun je een stap verder gaan door niet alleen je been opzij te bewegen, maar echt een volledige stap opzij te zetten.

In deze eerste stap werk je bewust met zijwaartse beweging. Deze richting is meestal wat makkelijker voor honden om te negeren dan wanneer je naar achteren beweegt. Beweging naar achteren nodigt vaak uit om mee te lopen, zeker als je al hebt geoefend met wandelen zonder trekken. Daarom bewaren we dat nog even voor een volgende stap.